Vuur & Vlam
Vuur & Vlam
Hoe werkt vuur eigenlijk? En wat brandt er nu wel goed en wat niet? Tijdens deze experimenten ga je ontdekken wat je allemaal met vuur kunt doen. Kun jij deze vuurproef doorstaan?
Bekijk nu eerst de video op deze pagina en ontdek welke drie dingen je nodig hebt om vuur te maken.

Even checken: welke drie dingen heb je nodig om vuur te maken?
Wat ga je leren?
- Welke drie dingen je nodig hebt om vuur te krijgen (vuurdriehoek)
- Waarom verschillende stoffen anders branden
- Hoe je vuur kunt blussen door een onderdeel uit de vuurdriehoek weg te halen

Zo ga je dit doen
Je gaat aan de slag met 6 verschillende experimenten. Bij ieder experiment leer je over een aspect van het thema 'vuur'.
Experiment 1:Papier verbranden
Je gaat verschillende stukjes papier verbranden en bekijken wat de verschillen zijn. Niet alle soorten papier branden namelijk hetzelfde. Welk papier brandt beter en waarom? Wat denk jij?

Aan de slag!
Wat heb je nodig? Verzamel eerst deze spullen, voordat je met de opdracht aan de slag gaat:




STAP 1
Zet de drie schaaltjes klaar en leg op ieder schaaltje een ander stukje papier.

STAP 2
Pak het stukje wc-papier op met de kroezentang en steek het papier aan de onderzijde aan. Leg vervolgens het brandende papier terug op het schaaltje. Wat valt je op aan de vlam, de rook en de tijd dat het brand?

STAP 3
Herhaal dit ook voor de andere twee stukjes papier.
Stap 4
Bespreek de verschillen.

Bespreek:
Wat viel op? Klopt dit met wat je had verwacht? Kun je bedenken waardoor de papiertjes verschillend branden?
Hoe zit het?
Een groot deel van het verschil zit in de structuur en de dikte van de papiertjes. Krantenpapier en toiletpapier hebben een 'open structuur'. Dit betekent dat tussen het materiaal veel lucht zit. Op tijdschriftenpapier komen kwaliteitsfoto’s, dit papier bevat veel meer vulmiddel. Aan de asresten is dit goed te zien. Het dunne papier brand makkelijk en snel, maar is ook weer snel uit. Het dikke papier brand moeilijker, maar blijft langer branden. Bij een kampvuur bijvoorbeeld, gebruik je deze kennis als volgt: Je gebruikt kleine dunne takjes om het vuur aan te krijgen en vervolgens dikkere takken om het vuur lang te laten branden.

Kies volgende
STAP 6
Maak als je klaar bent de schaaltjes schoon bij de kraan in de keuken en droog ze even af.

Experiment 2: De vuurvaste ballon
Bij verbranding komt warmte vrij. Deze warmte van het vuur kan bijvoorbeeld iets laten smelten. Je kunt er ook voor zorgen dat de warmte wordt afgevoerd.

Wat heb je nodig?
Verzamel eerst deze spullen, voordat je met de opdracht aan de slag gaat:



STAP 1
Bouw met het statief de volgende opstelling. Steek vervolgens de kaars aan en zet deze recht onder de ring. Zorg ervoor dat de vlam minimaal 3 cm onder de ring blijft.

STAP 2
Blaas een ballon op en leg een knoop in de ballon. Wat denk je dat er zal gebeuren als je de ballon op de ring legt?
STAP 3
Leg de ballon op de ring, kijk wat er gebeurd. Hoe komt dit denk je?

STAP 4
Pak de andere ballon, en vul deze voor een deel met water (in de keuken!). Blaas er nog wat extra lucht bij en knoop de ballon dicht. Wat denk je dat er nu zal gebeuren als je de ballon op de ring legt?

STAP 5
Leg de ballon op de ring, en kijk een poosje wat er gebeurt.

Stap 6
Bespreek de verschillen.

Bespreek:
Wat was het verschil tussen de ballon met lucht en de ballon met water? Hoe zou dit komen, denk je?
Hoe zit dit nou?
Water kan erg veel warmte opnemen. Er wordt zoveel warmte opgenomen dat het rubber van de ballon gewoon heel blijft. Het wordt namelijk niet heet genoeg om te smelten. Je mag de ballon nu van de ring af halen en in de wasbak (van de keuken) leggen.
Experiment 3, Brandend staal
Je gaat metaal laten branden. Zou dit kunnen denk je?

Wat heb je nodig?
Verzamel eerst deze spullen, voordat je met de opdracht aan de slag gaat:



STAP 1
Trek het staalwol een beetje uit elkaar en klem het in het statief, zodat het blijft hangen.

STAP 2
Pak de batterij en wrijf de uiteinden van de batterij tegen de staalwol aan.

STAP 3
Wat heb je gezien?

Bespreek:
Wat zag je gebeuren? Hoe komt dit denk je?
Hoe kan dat?
Staalwol is zoals de naam aangeeft gemaakt van staal. Als je het staal fijn verdeeld en zorgt dat er genoeg lucht (zuurstof) bij kan zal staal gewoon branden. Omdat staal stroom zo goed geleid dat er heel veel energie door de dunne staaldraden gaat, wordt het heet genoeg om het te laten gloeien en een kettingreactie te starten. Je ziet door te zorgen voor de juiste omstandigheden kun je veel stoffen laten verbranden. Ook staal.
Experiment 4, Lopend vuur

Wat heb je nodig?
Verzamel eerst deze spullen, voordat je met de opdracht aan de slag gaat:



STAP 1
Je gaat onderzoeken hoe een kaars brandt. Wat denk jij? Is het de lont of het kaarsvet dat brandt? Of misschien toch wat anders...?
STAP 2
Controleer of de kaars stevig en recht in de kandelaar staat.
STAP 3
Steek de kaars aan en laat de deze ongeveer 30 seconden branden. Het kaarsvet moet even de tijd krijgen om goed te smelten.
STAP 4
Nu moet je snel handelen: Zorg dat de aansteker een vlam heeft, maak de kaars uit met de kaarsendover en houd meteen de vlam van de aansteker in de rook van de kaars.
Bespreek:
Wat zie je gebeuren? Vanaf hoe ver van de kaars af kun je de kaars aansteken? Kun je ontdekken wat er nu precies brandt bij een kaars?
Hoe kan dat?
Het zit zo:

Hoe kan dat nou?
Vaak denken mensen dat de lont van de kaars of het kaarsvet brandt. Dit is maar voor een deel waar. Wat er eigenlijk gebeurt is dat de hitte van de vlam het kaarsvet smelt. De damp van het kaarsvet wat daardoor ontstaat is hetgeen dat brandt. Zodra je de kaars dooft stijgt de damp nog mee in de rook. Als je daar vervolgens een vlam in houdt, dan gaat de damp weer branden. Het vuur 'loopt' vervolgens helemaal terug naar de plek waar de damp ontstaat. Net onder het lontje.
Experiment 5, Zuurstof uit de lucht
Zonder zuurstof kan er niets verbranden. In dit experiment ontdek je hoe je een kaars kunt doven zonder lucht.

Wat heb je nodig?
Verzamel eerst deze spullen, voordat je met de opdracht aan de slag gaat.




STAP 1
Zet een waxinelichtje op het witte schoteltje.

STAP 2
Giet een beetje water op het schoteltje, om het waxinelichtje heen.

STAP 3
Steek met de aansteker het waxinelichtje aan. En laat het even branden.
STAP 4
Zet het glas over het waxinelichtje.

Stap 5:
Bespreek wat je ziet gebeuren. Heb je een idee hoe dit kan?
Hoe kan dat nou?
Voor de verbranding is zuurstof nodig. Zolang het waxinelichtje in de open lucht staat komt er voldoende zuurstof bij want lucht bestaat voor een deel uit zuurstof. Als je de luchttoevoer afsluit door het glas, zal de zuurstof die in het glas zit op raken. Op dat moment gaat het waxinelichtje uit. Een deel van de lucht is verdwenen, de luchtdruk in het glas daalt en door de buitenlucht wordt er water in het glas gedrukt.
STAP 6
Maak de gebruikte spullen schoon bij de kraan in de keuken.
Experiment 6, Blussen
Weet je nog dat je drie dingen nodig hebt om vuur te krijgen en te houden? Dit is handig om te weten als je een vuur wilt blussen. Je moet dan namelijk minimaal 1 ding uit de vuurdriehoek verwijderen om het vuur te doven.

Wat heb je nodig?
Verzamel eerst deze spullen, voordat je met de opdracht aan de slag gaat:

STAP 1
Doe twee schepjes bakpoeder in het glazen schaaltje.

STAP 2
Doe twee schepjes citroenzuur in het glazen schaaltje.

STAP 3
Roer de poeders door elkaar.

STAP 4
Zet het glazen schaaltje in het rode bakje.

STAP 5
Steek het waxinelichtje aan.

STAP 6
Vul het pipet met water.

STAP 7
Druppel het water op de poeders.

Wat gebeurt er?

Vuurdriehoek
Welk onderdeel heb je zojuist weggenomen uit de vuurdriehoek?
Hoe kan dat nou?
Zodra er water bij het mengsel van bakpoeder en citroenzuur komt ontstaat er een chemische reactie waarbij koolstofdioxide wordt gevormd. Dit gas is zwaarder dan lucht en niet brandbaar. Langzaam maar zeker vult de stalen kom zich met het koolstofdioxide gas, waardoor de lucht- en dus het zuurstof- wat er eerst in zat verdrongen wordt. De vuurdriehoek is niet meer compleet en het vuur gaat uit.
Goed gedaan!

Wat doe je nu?
Je weet nu vanalles over vuur! Vertel aan iemand van Junior Technovium dat je klaar bent.
